Zelf naaien

Eerste projecten
1/7

Eerste projecten

Als je voor de eerste keer aan een naaimachine zit, moet je jezelf niet te veel voornemen. Je hebt vast al veel geweldige ideeën, maar maak je liever vertrouwd met eenvoudige projecten met je naaimachine. Het is ook zeer aan te raden om de handleiding van je naaimachine goed te lezen, want sommige stoffen vereisen een speciale instelling van je machine. Dit bespaart je veel frustratie en mislukkingen. Ook de keuze van de juiste naald kan cruciaal zijn (meer hierover vind je onder #7 Naaien).

Bijvoorbeeld, tassen en kussens zonder rits zijn bijzonder geschikt voor beginners. Probeer gewoon eens een paar rechte naden te naaien op een stuk katoen. Let op of de naad er goed uitziet en recht is. Als je je redelijk zeker voelt, kun je je eerste echte project starten.

Stofkeuze
2/7

Stofkeuze

Katoenstoffen zijn relatief eenvoudig te verwerken, omdat ze niet elastisch zijn en niet zo snel onder de naaimachine verschuiven. Bij katoenen stoffen met patronen valt het bovendien niet zo op als je een naad niet zo recht hebt gekregen, daarom zijn zulke stoffen aan te raden.

Je moet vooral afstand nemen van glibberige stoffen (bijv. satijn) en stoffen die door hun eigenschappen niet gemarkeerd kunnen worden. Voor naai-beginners is het relatief moeilijk om zo'n materiaal te verwerken. Ook fluweel, zijde en lakstoffen zijn niet de beste stoffen voor de start.

Als je tot de naai-beginners behoort die direct met een rekbare stof willen beginnen, om bijvoorbeeld een pumphose voor hun baby te naaien, let dan op de juiste naaldkeuze (zie aanwijzingen onder #7 Naaien). Bovendien moet je voor rekbare stoffen een zigzagsteek gebruiken. De juiste lengte en breedte van de steek kun je uitproberen met een klein restje van de stof. Zodra de stof tijdens het naaien niet meer vervormt, heb je waarschijnlijk de juiste instelling gevonden.

Als je twijfelt over de verwerking en verzorging van bepaalde stoffen, kijk dan eens in ons stoffenlexicon! Je vindt daar afbeeldingen en beschrijvingen van veel soorten stoffen, evenals materiaalsuggesties voor kledingstukken.

Voorwassen
3/7

Voorwassen

Ook al lijkt het in het begin een beetje vervelend, het is zeer raadzaam om een stof voor het verwerken te wassen, vooral als je er een kledingstuk van wilt naaien. Zo voorkom je dat stoffen na de eerste wasbeurt krimpen of dat de kleur "uitloopt". Niets is vervelender dan wanneer je met veel moeite een jurk hebt genaaid die na het wassen niet meer past.

Gebruik bij het voorwassen de instelling waarmee je ook het afgewerkte kledingstuk zou wassen. Een kortwasprogramma is voldoende. Vergeet niet dat je vooral bij de eerste wasbeurt alleen vergelijkbare kleuren samen wast. Informatie over de juiste verzorging van onze stoffen vind je altijd in de productbeschrijving.

Als je een stof wast die mogelijk kan rafelen, naai dan gewoon een keer met een zigzagsteek rondom de buitenrand. Zo wordt de stof afgebonden en rafelt deze bij het wassen niet meer uit.

Strijken
4/7

Strijken

Net als het voorwassen van stoffen is ook het strijken een belangrijke stap die vaak wordt verwaarloosd, zelfs door gevorderde naaisters. Het is echter zeer belangrijk om de stof voor het snijden glad te strijken, zodat de snijdelen precies op elkaar passen en niet door kreukels vervormd worden. Dit heeft later ook invloed op de pasvorm van de kledingstukken.

Vergeet niet dat ook tussendoor naden vaker gestreken moeten worden. In naai-instructies zijn er soms aanwijzingen in welke richting een naadtoeslag gestreken moet worden, zodat het kledingstuk aan het einde beter zit. Vooral bij stuggere stoffen maakt het een groot verschil of de naad eenmaal plat is gestreken of niet, omdat de stof anders bij de naden kan afstaan. Ook het uit elkaar strijken van een naadtoeslag kan niet eenvoudig worden vervangen door er met de hand overheen te strijken.

Let voor het strijken op de verzorgingsinstructies van de stoffen, zodat je de stof niet per ongeluk te heet strijkt. Er zijn ook stoffen die je het beste helemaal niet moet strijken (bijv. fluweel) of alleen met heel lage hitte. Als je geluk hebt, is de stof die je gebruikt van nature zo onderhoudsvriendelijk en glad dat je hem niet hoeft te strijken. Dit is echter eerder zeldzaam.

Om de drempel van het strijken te verlagen, zou je een strijkplank dicht bij je naaimachine moeten zetten. Zo is het direct klaar voor gebruik en heb je geen excuus meer om het strijken over te slaan. Zo worden je resultaten netter en professioneler, beloofd!

Patroon overbrengen
5/7

Patroon overbrengen

Naaiprojecten die geen patronen vereisen, omdat ze bijv. rechthoekig zijn, kun je direct met krijt op de stof tekenen. Als je een vooraf gedefinieerd patroon hebt gekozen, moet je het van de patroonvel op de stof overbrengen. Hiervoor zijn verschillende methoden:

  1. Gebruik speciaal kopieerpapier en breng het patroon met een kopieerrad op de stof over
  2. Gebruik gewichten of spelden om de patroonstukken vast te zetten en snijd direct met een rolmes om de patroonstukken heen (natuurlijk met inachtneming van de naadtoeslag)
  3. Breng het patroon met krijt of een markeerstift op de stof aan voordat je het uitsnijdt. Krijt heeft als voordeel dat je het eenvoudig kunt uitborstelen of uitwassen. Als je liever een pen gebruikt om te markeren, kun je een speciale trickmarker kopen die na verloop van tijd vervaagt of wateroplosbaar is. Zo blijven er geen lelijke sporen op de stof achter. Blijf in ieder geval weg van viltstiften of balpennen! Ook al lijken ze in eerste instantie geschikt om te markeren, ze zijn vaak niet meer uitwasbaar en kunnen in het ergste geval ook op de goede kant van de stof doordrukken.

Belangrijk: Breng het patroon altijd op de verkeerde kant van de stof aan, zodat de markeringen later niet meer zichtbaar zijn!

Bovendien is het belangrijk dat je bij het leggen van het patroon de draadrichting van de stof in acht neemt. Op de patroonstukken staat altijd aangegeven in welke richting de draadrichting moet lopen en hoe je het patroonstuk op de stof legt. Aangezien stoffen meestal in de richting van de draadrichting minder rekbaar zijn dan in de dwarsrichting, is dit vooral belangrijk bij kleding. Bij tassen, rugzakken en decoraties kun je de draadrichting soms negeren als het patroon dan beter tot zijn recht komt. Stoffen met een pool hebben bovendien ook een poolrichting, zoals bijv. fluweel.

Snijden
6/7

Snijden

Zorg ervoor dat je altijd controleert of de naadwaarde al is inbegrepen bij je patroondelen of dat je deze nog moet toevoegen. Vaak is de breedte van de naadwaarde precies opgegeven in de naaianwijzing en kun je deze prachtig controleren met een handmeetlat. Als je de naadwaarde precies hebt gemarkeerd, heb je het voordeel dat je met behulp van de kleine liniaal onder de voet van je naaimachine op de juiste afstand kunt naaien. Heb je geen liniaal geïntegreerd? Plak dan ter oriëntatie een stuk tape met de breedte van de naadwaarde op. Maar zorg ervoor dat je niets dichtplakt!

Net als bij het markeren zijn er ook verschillende methoden voor het snijden:

  1. Een scherpe stofschaar behoort tot de basisuitrusting van elke naaister. Hiermee kun je stof prachtig en moeiteloos snijden. Belangrijk: Gebruik de stofschaar nooit voor papier! Hierdoor wordt hij bot en onbruikbaar voor stoffen.
  2. Een praktische alternatieve voor de stofschaar is de rolsnijder. Hij heeft het voordeel dat je de stof gewoon op de tafel kunt laten liggen en hij niet verschuift tijdens het snijden. Belangrijk: Gebruik in ieder geval een snijmat, zodat je tafel geen beschadigingen oploopt!
  3. Als je een fan bent van patchwork, is het ook de moeite waard om een liniaal voor rolsnijders aan te schaffen. Hiermee kun je prachtig en moeiteloos geometrische vormen snijden en wordt langdurig tekenen overbodig.
Naaien
7/7

Naaien

Voordat je de eerste naad maakt, moet je een klein stuk stof nemen en testen of je de juiste instellingen hebt gemaakt. Controleer ook of je de juiste naald en een geschikte draad gebruikt. Over het algemeen geldt: een dikke stof vereist ook een dikke naald, een dunne stof heeft eerder een dunne naald nodig. Voor het begin is een set met universele naalden voldoende. Als je een rekbare stof wilt verwerken (zoals bijvoorbeeld jersey), dan moet je naar jerseynaalden grijpen. Voor jeansstof zijn er speciale jeansnaalden.

Ongeacht de stofkleur en het stofpatroon, kom je voor het begin waarschijnlijk met een witte en een zwarte polyester draad toe. Deze is duurzamer dan een katoen draad. Maar als je je naai-project later wilt verven, is het aan te raden om een naaigaren van katoen te gebruiken, omdat polyester draad de kleur niet zou aannemen. Over het algemeen worden je naaistukken aantrekkelijker als je ook de juiste draadkleur gebruikt. Zomen die bijzonder belast worden, moeten ook met dikkere draad worden verwerkt.

Als je teststuk tijdens het naaien niet vervormt of golft, heb je de juiste instelling gevonden. Als je problemen hebt, moet je zeker een kijkje nemen in de gebruiksaanwijzing van je naaimachine, omdat daar altijd aanwijzingen voor de juiste draadspanning te vinden zijn. Vaak staat daar ook hoe je kleine problemen kunt oplossen.

Vergeet niet om je naden altijd aan het begin en het einde van een naad te beveiligen; dat betekent dat je een paar steken vooruit en weer terug moet naaien. Zo kan de naad later niet zomaar open gaan. Sommige naaimachines hebben hiervoor ook een eigen functie, zodat je de draad met een druk op de knop kunt verknopen.

Neem altijd de tijd bij het naaien en wees niet verdrietig als iets niet lukt. Je eerste project moet geen cadeau zijn of onder tijdsdruk staan. Na verloop van tijd zul je merken dat naaien en het verwerken van stoffen steeds gemakkelijker voor je wordt en dat je resultaten steeds professioneler zullen lijken.

Heb je moeite met de vaktaal van de naaianwijzingen? Kijk dan eens in ons naailexicon!